OPA: Eén lijn trekken bij Schoolverzuim

OPA: Eén lijn trekken bij Schoolverzuim

Leerplichtambtenaren moeten strenger optreden tegen spijbelaars

Geacht college,

In het Noord Hollands Dagblad van donderdag 25 februari jl. werd gesteld dat het schoolverzuim ‘groeiend” is in Alkmaar. Met name het verzuim door leerlingen die zonder geldige reden wegblijven, neemt toe. OPA vindt dit een ernstige ontwikkeling en vindt dat leerplichtambtenaren wel harder mogen optreden.


Navraag leert dat leerplichtambtenaren ook op een verschillende manier invulling geven aan hun belangrijke beroep. OPA pleit er voor dat zij één lijn te trekken bij schoolverzuim.

In het NHD wordt verslag gedaan vanuit het jaarverslag van de leerplichtambtenaren. De leerplichtambtenaar zou bij afwezigheid contact opnemen met de ouders en als dat geen effect heeft dan kunnen instanties worden ingeschakeld zoals Jeugdzorg. Als dat allemaal geen effect heeft, is een proces verbaal richting ouders dan wel de jongeren zelf de volgende stap.

In diverse gevallen gebeurt dit zo. Een afwezigheidmelding wordt door een school op een digitaal formulier gemeld en de school zou binnen een week antwoord moeten krijgen hoe het met de afwezigheid er voor staat. Dit gebeurt vaak niet. Binnen een aantal scholen – zo blijkt uit navraag – loopt men er ook tegen aan dat er verschillend invulling wordt gegeven aan het werk zoals in het jaarverslag verwoord.. De ene leerplichtambtenaar werkt zoals in het jaarverslag is vermeld, de andere ziet zijn taak meer als een zorgtaak, waardoor er wel veel gepraat wordt met spijbelaars en eventueel hun ouders. In de praktijk gaat de leerplichtambtenaar eerst inventariseren welke hulpverlenende instanties al met de jongere of het gezin te maken hebben. Daar gaat veel tijd in zitten, soms weken, soms maanden. Al die tijd is er niet of nauwelijks contact met de jongere of terugkoppeling naar de school. OPA vindt dat zorgtaken bij Jeugdzorg thuishoren, niet bij leerplichtambtenaren.

OPA vindt het van belang dat het verzuim snel en streng wordt aangepakt. Dat kan de school doen door een actief spijbelbeleid. Dus niet alleen melden aan de leerplichtambtenaar, maar, als de leerling niet verschijnt, (ook) meteen contact opnemen met de jongere zelf of ouders, al dan niet met een mobiel nummer. Als de school dit leerlingen vanaf het brugjaar aanleert en daar consequent in is, dan werpt dat veel vruchten af.
OPA vindt dat ook dat de leerplichtambtenaren sneller moeten terugkoppelen naar de school en zich voor wat betreft de leerling en zijn of haar ouders moet beperken tot waarschuwen, eventueel sancties en doorverwijzen. Een leerplichtambtenaar is geen (jeugd)hulpverlener. De leerplichtambtenaar moet ook meer aandacht moeten schenken aan 17 jarigen. Volgens onze informatie gebeurt dat nu te weinig.
Zowel u als wij willen vroegtijdig schooluitval tegengaan. OPA vindt een diploma wezenlijk voor jongeren. En, zoals u weet wordt een school financieel afgerekend wanneer een leerling voortijdig zonder diploma de school verlaat.



OPA heeft de volgende vragen in het kader van art 37 RvO:

1. Deelt de stadsregering de mening van OPA dat leerplichtambtenaren ongeoorloofd
verzuim strenger en eenduidiger moeten aanpakken?
Dus bij ongeoorloofd verzuim:
A: direct de ouders of de leerling oproepen
B: bij geen geldig excuus een waarschuwing en
C: bij de tweede keer een sanctie/rechtzaak.
2. Als u het met ons eens bent, wat gaat u er aan doen om inhoud te geven aan deze
gewenste eenduidige behandeling?
3. Bent u het met de OPA-fractie eens dat alle leerplichtambtenaren tijdig (binnen
maximaal een week)naar scholen moeten terugkoppelen? En de spijbelaars tijdig
moeten doorverwijzen naar instanties?
4. Deelt u de mening van OPA dat ook scholen zelf, voorzover dat niet gebeurt,
gestimuleerd moeten worden om een actiever spijbelbeleid hanteren? Zo ja, op welke
manier denkt u als stadsregering die stimulans te kunnen geven? Zo nee, waarom
niet?
5. Deelt u de mening van OPA dat 17- jarigen ook nog moeten worden gecontroleerd
door leerplichtambtenaren wanneer zij spijbelen?

Met vriendelijke groeten

Anjo van de Ven


Alkmaar, 26 februari 2010

Print

Terug